compositie op locatie

compositie op locatie

Concert 27 augustus

actiePosted by hansroels.be 16 Aug, 2016 15:08
Op zaterdagavond 27 augustus om 20.30 is er een concert in het Rozebroekenpark (Sint-Amandsberg-Gent) door een ensemble van professionele en amateur muzikanten uit de buurt. Zij spelen twee nieuwe werken van Hans Roels waarin de concertomgeving een belangrijke rol krijgt: bomen, banken en stenen worden bespeeld als slagwerk, muzikanten zitten niet op een podium maar lopen rond en maken muziek die deel wil uitmaken van de omgevingsgeluiden in het park.

Na dit korte concert is om 21.00 o.a. de film The Sound of Noise te zien in het kader van het festival Cinepuur.


Uitvoerders: Joris Blanckaert (accordeon), Pol Mareen (sopraan sax), Thomas Moore (trombone), Sara Baldini (fluit), Erik Bassier (clarinet & tenor sax), Stefaan Smagghe, Ruben Martinez Orio (slagwerk) & muzikanten uit de buurt:
Stefaan Verstraeten, Simon Michels, Divine Crappe, Carla Snoeck en Rilke Mahieu


PRAKTISCH
Plaats: ‘Amphitheater’ in het Rozebroekenpark, Sint-Amandsberg. Het ‘amphitheater’ bevindt zich achter de speelbergen in het park (omgeving Herlegemstraat – Wijmakker). Inkom: 6 euro (film inbegrepen).
Reservatie aanbevolen want de plaatsen zijn beperkt: cinepuur@rozebroeken.be tel: 0479/096050
Ook als het regent gaat het concert door, dan is er een tent voor het publiek voorzien. Voorzie jezelf wel van stevige buitenkledij.

Het volledige programma van Cinepuur is te vinden op www.rozebroeken.be

Dit concert en het BRRrrr project (rond Buurt & Geluid) vindt plaats met de steun van de stad Gent en sluit ook aan bij het artistiek onderzoek van Hans Roels aan de AP Hogeschool Antwerpen (School of Arts).









Rozebroeken

actiePosted by hansroels.be 04 Jul, 2016 21:48
Op zaterdag 27 augustus worden twee nieuwe werken van mijzelf uitgevoerd in het Rozebroeken park (Sint-Amandsberg, Gent).

Het eerste werk – voorlopig nog zonder titel – is gemaakt om in een grote (buiten)ruimte uitgevoerd te worden. Drie muzikanten zitten verspreid en op grote afstand rondom het publiek, terwijl drie andere spelers vlakbij het publiek zitten. Het werk knopt aan bij de 20ste eeuwse traditie om de plaatsing van de instrumenten in een uitvoering maximaal te benutten.

De tweede compositie op het programma Beving Rozebroeken (Bebung) wil de concertplaats en de aanwezige voorwerpen, planten, dieren, bewoners en architectuur hoorbaar doen trillen. De basisstructuur bestaat uit twee lagen met en zonder toonhoogte. Om aanpassingen te maken aan de specifieke locatie en de toonhoogtes die daar aanwezig zijn, kan in het toonhoogtemateriaal geschrapt, gevariëerd en getransponeerd worden. De hoofdpartij, het slagwerk, blijft altijd min of meer dezelfde en bestaat uit het bespelen van objecten en materialen op de concertplaats door deze aan te slaan met handen of (slagwerk)stokken. Het werk draait niet zozeer om de hoorbare, spontaan aanwezige omgevingsgeluiden als wel om de (latente) klanken die in objecten vervat zitten en tot leven gewekt dienen te worden.

Het Rozebroekenpark waar Beving Rozebroeken 's avonds in augustus uitgevoerd wordt, associeer ik vnl. met bomen, struiken, planten en vogels, zeker 's avonds. Daarom zijn een groot deel van de slagwerkgeluiden in deze versie 'houterig' en zit de (beperkte) harmonie en melodie in het hogere register. De Rozebroeken blijven een stedelijk stuk groen, dus ook geluiden van banken, tafels, vuilbakken en fietsen spelen een rol. Om die sociale rol van het park te beklemtonen wordt de slagwerkpartij ook gedubbeld en uitgevoerd door een zestal extra (amateur) muzikanten uit Sint-Amandsberg. Die zullen er ook voor zorgen dat de slagwerkpartij nog meer de volledige ruimte rondom het publiek kan vullen. Tenslotte is in Beving Rozebroeken ook een historische dimensie verwerkt: vroeger – in de jaren '80 – waren er volkstuinen in de Rozebroeken, waar de bewoners een eigen moestuin bewerkten. Dit historisch element is terug te vinden in de keuze van stokken om objecten aan te slaan.

De uitvoering gaat door op zaterdag 27 augustus 20.30 en duurt een klein half uur. Nadien is er een film in het kader van Cinepuur, vermoedelijk The Sound of Noise. Later volgt nog meer praktische info over dit concert.

Dit concert vindt plaats met de steun van de stad Gent.



Klinkende binnen- en buitenruimtes

actiePosted by hansroels.be 18 Apr, 2016 16:51
Net zoals je bij visuele ervaringen over een gezichtsveld spreekt, kan je op auditief vlak de term gehoorveld gebruiken. Gehoorveld slaat dan op het gebied rondom de luisteraar waarbinnen de geluidsbronnen hoorbaar zijn voor die luisteraar. In een open veld is dit een oppervlakte van enkele tientallen meters (een ruwe schatting) rondom jezelf. Maar zeker in een stad staan er overal akoestische obstakels (muren, gebouwen, ...) die een deel van het geluid tegenhouden. Deze muren en ramen worden steeds beter geïsoleerd zodat een heel typische 'binnen' (in huis, in een gebouw, in een zaal) en 'buiten' geluidservaring ontstaat. Als je bv. thuis een buitenraam opent, hoor je plots een heel andere geluidswereld, ook al sta je in je kamer. Wat je als 'binnen' of 'buiten' ervaart, hangt niet enkel af van de aard van de geluiden en de vertrouwdheid daarmee maar ook van de afstanden en richtingen waaruit die geluiden je bereiken en de effecten (zoals galm en filter) die ontstaan door de architectuur van de binnen- en buitenruimtes.

Momenteel werk ik aan een compositie Kier (werktitel) waarbij het openen en sluiten van deuren in de concertzaal een wezenlijk onderdeel van het werk uitmaken. Hierdoor kan het publiek ook de geluiden buiten de zaal horen. Drie uitvoerders, waaronder twee slagwerkers spelen mee in dit werk. Eén slagwerker speelt ook buiten de zaal zodat die hoorbaar is doorheen de geopende deuren.

De meerkanaalsopstelling in dit werk brengt de omgevingsgeluiden in real time van buiten de zaal naar binnen. Er staan meerdere microfoons buiten het gebouw opgesteld zodat omgevingsgeluiden (inclusief de slagwerker buiten) live versterkt en gemixt kunnen worden in de zaal (door de derde uitvoerder). Op die manier kan in de zaal bv. live 'ingezoomd' worden op een onderdeel van de (akoestische) buitengeluiden.

Op sommige momenten geef ik ook de uitgevoerde muziek, binnen op het podium, karakteristieken van buitengeluiden mee. Dit gebeurt vooral door een polyfone, simultane schrijfwijze waarbij heel diverse fragmenten op verschillende plaatsen en afstanden binnen in de zaal gespeeld worden, en door de specifieke versterking van het slagwerk. De slagwerker in de zaal heeft namelijk een dynamische microfoon aan een voet zodat de uitgevoerde muziek – binnenin de zaal – “vanuit de verte” en met bijgeluiden (voetstappen) versterkt kan worden. Het werk 'Kier' wil nieuwe (auditieve) tussenruimtes en overkoepelende, gezamenlijke ruimtes doen ontstaan. Dit gebeurt door de uitbreiding en manipulatie van het gehoorveld in de zaal via de verplaatsingen van muzikanten, live versterkingen en het openen en sluiten van openingen tussen binnen- en buitenruimtes.

Dit werk kan alleen uitgevoerd worden in een zaal die minstens aan één zijde deuren of ramen heeft waardoor geluiden buiten de zaal en het gebouw gehoord kunnen worden. In december 2015 heb ik een eerste versie uitgeprobeerd op een concert in het conservatorium van Gent met Ruben Martinez Orio, Michiel De Naegel en mijzelf als uitvoerders. Dit was een heel 'premature', korte versie, Kier was toen geconcipieerd als een solo percussiewerk met twee assistenten. De slagwerker speelde enkel binnenin de zaal.

Hier is een opname van een fragment van deze uitvoering, de omgevingsgeluiden (rondom het conservatorium van Gent) bestaan uit o.a. een beiaard, (pratende en werkende) bouwvakkers, machines en repeterende muziekstudenten. Dit is een snel gemaakte live opname tijdens de repetitie, sowieso is het zeer moeilijk om het verschil tussen akoestische en versterkte (opgenomen) klanken weer te geven via een opname! Het fragment begint vanaf nummer 14 in deze partituurschets.





De actualiteit van compositie op locatie

achtergrondPosted by hansroels.be 10 Mar, 2016 11:21
Locatie-specifieke muziek en hedendaagse-klassieke muziek zijn geen losstaande fenomenen die enkel oppervlakkig met elkaar verbonden zijn. Er zijn diepgaande raakvlakken tussen beide sinds het begin van de 20ste eeuw en ik ben er van overtuigd dat in de toekomst de invloed van de locatie-specifieke kunst op hedendaagse muziek vermoedelijk zal stijgen. In deze post behandel ik een aantal thema's die niet alleen bijzonder actueel zijn in hedendaagse muziek maar ook een duidelijk verband hebben met locatie-specifieke kunsten. Deze thema's en verbanden geven aan dat een 'uitwaartse' beweging (de concertzaal verlaten) te verwachten is in de hedendaagse muziek omdat net buiten de zaal deze actuele thema's ten volle uitgebuit kunnen worden.

Het overnemen van muzikale kenmerken, instrumentatie, concertrituelen, praktijken uit de popmuziek of populaire cultuur krijgt de voorbije 20 jaren blijvende aandacht in hedendaagse muziek, zie voorbeelden als het This is not a pop song project van het Ictus Ensemble of de programmatie van het November Music Festival. Wie de straat of het veld opgaat, komt onvermijdelijk (populaire) muziek tegen, geproduceerd door instrumenten, stemmen, gsm's, autoradio's, luidsprekers, … Populaire cultuur is in verregaande mate ook gedigitaliseerd en verspreid zich via netwerken. Nieuwe vormen van internet communicatie en (sociale) netwerken zijn een vruchtbare voedingsbodem voor componisten als Johannes Kreidler of Jennifer Walshe. Het concept van hoge en lage (populaire) cultuur en de Europese componist als producent van autonome werken is de voorbije decennia zo vaak onder vuur genomen dat de duidelijke invloed van populaire cultuur en niet-westerse muziek in hedendaagse klassieke muziek geen verbazing wekt. Opera's over Japanse digitale cultuur (Serge Verstockt) of festivals (Huddersfield Contemporary Music Festival 2013) over volksmuziek zijn hiervan tekenen. Wie buiten de context van een concertzaal naar muziek op straat luistert, hoort een grote variatie aan muziek uit allerlei landen en continenten. In locatie-specifieke muziek die de dialoog met de omgeving wil aangaan, bv. van Chester Schultz, komt logischerwijs een grote diversiteit aan populaire en niet-westerse muziek aan bod.

Behalve populaire cultuur en niet-westerse muziek vormt ook het thema 'omgevingsgeluid' een duidelijke link tussen locatie-specifieke kunst en hedendaags-klassieke muziek. Natuur, klank, omgevingsgeluid en stilte (afwezigheid van geluid) zijn niet enkel in het verleden bij componisten als John Cage of Pierre Schaeffer terug te vinden, ook in de 21ste eeuw blijven componisten als John Luther Adams, Peter Ablinger of Joanne Bailie op heel verschillende manieren gefascineerd door de geluiden en klanken buiten de concertzaal en de manieren waarop luisteraars die (wel of niet) waarnemen.

Als je aandachtig luistert buiten de concertzaal, zijn niet enkel de luisteraars en de geluidsbronnen vaak verspreid over de locatie, maar het horen is daar ook nauw verbonden met onze andere zintuigen. Deze twee thema's – de veelzijdige en multisensorische ervaring – vormen een andere brug tussen locatie-specifieke compositie en hedendaagse muziek anno 2016.

Het veelzijdige karakter van omgevingsgeluid gaat verder dan de ruimtelijke verspreiding van klank. Het betekent ook dat (bv. op een marktplein) er niet één maar meerdere geluidsbronnen zijn, dat mensen vanuit verschillende plaatsen op die markt naar verschillende dingen luisteren, dat deze mensen dat doen met hun eigen standpunten, gewoontes, gevoelens en geschiedenis en dat de meeste van deze mensen op dat moment toch het gevoel hebben dat ze een ruimte -de markt- delen met anderen en ze deel uitmaken van een gezamelijk soundscape. Sinds de opkomst van de draagbare technologie, is ook een digitale (of virtuele) dimensie toegevoegd aan dit veelzijdige karakter: op een markt bellen mensen met hun gsm of zoeken iets op het internet via hun smartphone of tablet; zij bewegen zich dus deels in een virtuele wereld die verbonden is met de gedeelde marktplaats.

De multisensorische geluidservaring in de dagelijkse realiteit betekent dat muziek en klank geen alleenstaande, losgekoppelde fenomenen zijn maar meestal samen met visuele en tactiele ervaringen een totaalervaring op een bepaalde plaats vormen. Neem bijvoorbeeld de wind, de auditieve waarneming ervan wordt in open lucht vaak gekoppeld aan het gevoel dat die wind in je gezicht blaast of dat je bomen en objecten ziet bewegen. Door de verschillende, gelijktijdige zintuiglijke ervaringen ontstaat een complex en divers gamma aan holistische ervaringen waarvan de geluidservaring deel uitmaakt.

In de voorbije decennia raken componisten en uitvoerders steeds meer gefascineerd door dit veelzijdig en multisensorisch karakter van de klankervaring, steeds meer technologie in de (afgesloten) concertzaal wordt gebruikt om die ervaring weer te geven. Het aantal producties en composities waarbij niet enkel multimedia (video, sensoren,...) gebruikt worden maar ook beeld en klank vanuit meerdere perspectieven worden weergegeven (zoals in het werk van Michael Beil) blijft stijgen. De troef die locatie-specifieke kunsten bezitten is dat deze veelzijdigheid niet met veel technologie geconstrueerd moet worden maar vanzelf aanwezig kan zijn op een specifieke buitenlocatie. Bovendien kan hier gefocust worden op de interactie tussen nieuwe digitale (virtuele) werelden en de reële, lokale wereld, in tegenstelling tot de concertzaal waar vooral de geïsoleerde, technologische, virtuele wereld op de voorgrond staat.

Behalve de voorgaande parallellen tussen hedendaagse muziek en locatie-specifieke klankkunst, is er nog een ander raakvlak met hedendaagse kunsten buiten de muziek. De voorbije jaren zie je dat kunstenaars zich meer bezighouden met vragen als: “Kan mijn kunst meehelpen aan de realisering van een meer duurzame wereld? Hoe kan ik de lokale macht van mensen versterken en niet de internationale economische en politieke structuren?” Dit samengaan van artistieke en maatschappelijke bezorgdheden
is merkbaar op een festival als (im)Possible Futures in Vooruit (2015), de internationale conferentie Culture(s) in sustainable futures (2015) of de recente term duurzame kunst. Kunstcritici gebruiken deze term om kunstpraktijken te duiden die in harmonie met principes als duurzaamheid, ecologie, sociale rechtvaardigheid, geweldloosheid en basisdemocratie willen opereren. Lokatie-specifieke componisten zoals David Dunn legden in de jaren '70 reeds de nadruk op lokale factoren in hun kunstwerken, de brug maken vanuit locatie-specifieke muziek naar duurzame kunst is dan ook sneller gedaan (zie bv. Chester Schultz). Op dit raakvlak tussen locatie-specifieke en duurzame muziek dient trouwens ook community music vermeld te worden, een visie die de sociale en relationele aspecten van het musiceren voor alle mensen benadrukt en bevordert (zie uitleg op deze site). Community music slaat op een divers gamma van praktijken waarvan meerdere reeds lang bestaan, maar de aandacht voor community music is pas de voorbije decennia echt gegroeid (vooral in Engelstalige landen als het VK of Australië). Aan sommige locatie-specifieke muziekprojecten (bv. van Kathy Kennedy of het project Het Geluid van Hasselt en Genk met werk van de componist Wim Henderickx) nemen zowel luisteraars als amateurmuzikanten actief deel waardoor de grens tussen site-specific en community music vervaagt.

De voorgaande thema's geven aan dat veel artistieke fascinaties in de hedendaagse muziek uitgaan naar de ervaring van klank, muziek en andere zaken in de 'buitenwereld', niet in een concertzaal. Volgens mij is er in de hedendaagse muziek vaak een complexe en fundamentele tegenstrijdigheid tussen enerzijds de muziek en ideeën die vertolkt worden en anderzijds de afgesloten zaal en de daaraan verbonden sociale functies (tussen publiek en uitvoerders, tussen componist en publiek) waarin ze gevangen zit. Ik hoop alvast dat het verplaatsen van muziekuitvoeringen naar andere locaties, in dialoog met de omgeving, een frisse wind doet waaien in de klassiek-hedendaagse en experimentele muziek...



Over dit onderzoeksproject compositie op locatie

over dit projectPosted by hansroels.be 02 Feb, 2016 14:45

Op het einde van de jaren '60 vloeide de maatschappelijke bezorgdheid over de achteruitgang van het leefmilieu samen met artistieke ontwikkelingen om de concertzaal te verlaten en omgevingsgeluiden als volwaardige kunstobjecten te beschouwen (John Cage, Pierre Schaeffer, Henry Brant). Zo ontstond de acoustic ecology (World Soundscape Project) en haar invloed breidde zich uit over diverse kunst- en onderzoeksdomeinen. Sound walks (Christina Kubisch), soundscapes gebaseerd op opnames van locaties (Hildegard Westerkamp) en composities met een 'mapping' van natuurlijke data (John Luther Adams) zijn enkele van de nieuwe klankkunsten die verschenen.

Wat slechts minimaal aanwezig is, is een concertpraktijk die in dialoog treedt met de directe omgeving, i.e. uitvoerders die samen met geluiden, akoestische eigenschappen, beelden, architectuur en menselijke activiteiten uit die omgeving, vorm geven aan een compositie en de live uitvoering hiervan. Op deze 'compositie op locatie' (naar analogie met 'theater op locatie') ligt de klemtoon in mijn huidig artistiek onderzoek. Ik bouw grotendeels verder op inzichten van componisten als Murray Schafer, David Dunn, Albert Mayr en Chester Schultz maar ook audio art, klankinstallaties en community music spelen een rol.

Op theoretisch gebied zal ik het concept 'simultaneïteit' uit het begin van de twintigste eeuw actualiseren en een dialoog laten aangaan met denkers en onderzoekers uit audio art en ecologische wetenschappen (zoals Steven Feld, David Rothenberg of Tim Ingold). In onze huidige samenleving zijn het niet enkel elektrische, elektronische en digitale technologie die voor loskoppeling en verplaatsing van zintuiglijke ervaringen zorgen. Op een scherm zie je beelden van de andere kant van de wereld terwijl rondom de lokale omgevingsgeluiden verder klinken. Ook wijdverspreide mechanische en architecturale ontwikkelingen kunnen voor een loskoppeling en verplaatsing zorgen. Grote en goed geïsoleerde ramen zijn alomtegenwoordig in gebouwen en voertuigen. Zij maken dat je terzelfdertijd een landschap kan zien en een ander kan horen. De actualisering van het begrip simultaneïteit benadrukt de verschillende totaalervaringen die ontstaan uit versmelting, ontkenning en botsing van afzonderlijke, gelijktijdige waarnemingen. Zo kan de lokale hedendaagse omgeving begrepen worden als een complexe ervaring waarin er geen strikte grens te trekken valt tussen virtuele en fysieke realiteit. Dit concept opent perspectieven om de artistieke en muzikale mogelijkheden van pleinen, kantoren, daken, tuinen en parken – en hun diversiteit – uit te buiten, veel meer dan mogelijk is in een concertzaal die de omgeving akoestisch en architecturaal afsluit en vervolgens de zaal volstouwt met klank- en geluidtechnologie om een deel van de realiteit te representeren.

Het doel van dit onderzoeksproject is 'compositie op locatie' verder te ontwikkelen, zowel door het concept 'simultaneïteit' een actuele en plaatsgebonden invulling te geven als artistieke producties te maken en experimenten op te zetten waarin interactievormen van muzikanten met de omgeving uitgetest worden.

Voor het onderzoeksproject 'compositie op locatie' (2016-2017) ben ik tewerkgesteld aan het conservatorium van Antwerpen (AP Hogeschool).







« Previous