compositie op locatie

Notatie van locatiespecifieke muziekachtergrond

Posted by hansroels.be 15 Dec, 2017 14:08

Enkele maanden geleden heeft de kunstenares Min Oh het boek Score by Score over notatie in muziek, dans en de visuele kunsten gepubliceerd. Eén hoofdstuk bevat een interview met mij over de rol van notatie in mijn artistieke praktijk. Deze blog is een reflectie op het verband tussen locatiespecifieke muziekuitvoeringen en de manieren waarop ik muziek probeer vast te leggen.

Sinds ik voornamelijk buiten de concertzaal werk, zijn de hoofdpartituren van mijn werk geleidelijk veranderd in tekstpartituren ('text scores': woorden die klanken of utvoeringen omschrijven). Een tekstpartituur geeft uitvoerders de noodzakelijke vrijheid en flexibiliteit om in een levende omgeving te spelen. Woorden staan verder verwijderd van de standaard muzieknotatie en ik hoop dat deze afstand de uitvoerders een persoonlijke, muzikale manier helpt te vinden om in dialoog te gaan met de concertomgeving. Het is niet eenvoudig om in een tekstpartituur een evenwicht te vinden tussen voldoende vrijheid geven aan de uitvoerders enerzijds en muzikaal materiaal concreet en tastbaar genoeg maken zodat de uitvoerders de compositie effectief kunnen uitvoeren anderzijds.

Eén mogelijke oplossing om te zorgen dat een partituur muzikaal uitdagend genoeg is voor de uitvoerders en ook genoeg informatie bevat over de verwevenheid van omgeving en compositie, bestaat erin om documentatie aan de tekstpartituur toe te voegen. Dit is een praktijk die ik spontaan sinds Plain (najaar 2016) heb toegepast en die daarna vergroeid is met mijn artistiek onderzoek. Deze documentatie is niet absoluut noodzakelijk om de compositie uit te voeren, de tekstpartituur biedt eigenlijk voldoende – zij het vrij abstracte – info om een uitvoerder de compositie te laten uitvoeren. De documentaties bevatten gedetailleerde informatie over specifieke uitvoeringen, de concertlocatie en de interacties daarmee. Ik beschrijf ook repetities, verkenningen en voorbereidende processen, voeg links toe naar audio en video opnames, en geef een evaluatie van de uitvoering. Voorbeelden van partituurdocumentaties zijn behalve van Plain ook van latere composities Music Street en Hearizon te vinden op mijn website. De tekstpartituur en documentatie vormen een éénheid. Samen geven ze de uitvoerder net genoeg informatie – zo hoop ik toch – om een individuele visie te ontwikkelen op de uitvoeringen en de context (de omgeving). De uitvoerder kan zich vervolgens inbeelden hoe een uitvoering op een andere locatie gerealiseerd kan worden.

Blog imageDocumentatie bij de partituur van mijn compositie Plain

Door mijn werk buiten de concertzaal is ook mijn aandacht voor het repetitieproces gestegen. Voor elke compositie en concertomgeving kunnen de vereiste luister- en uitvoeringsmethodes immers verschillend zijn. Bovendien kunnen materiële condities de interactiemogelijkheden verregaand beperken. Zo kan het zijn dat bv. de uitvoerders rondlopen en elkaar niet kunnen zien of horen. Het werk buiten de concertzaal dwingt me om meer tijd en aandacht te besteden aan het repetitieproces en het leren in dialoog gaan met de omgeving (of het leren samenspelen in omgevingen die heel verschillend zijn van een afgesloten concertzaal).

De partituurdocumentaties hebben mij een formaat gegeven waarmee ik kan communiceren over die repetitieprocessen, de voorbereidingen en de (tijdelijke) partituren die ik specifiek voor repetities maak. Zo maakte ik bv. voor de eerste repetitie van Plain een eenvoudige grafische partituur omdat die een werkbare structuur leverde om te beginnen uitvoeren en op zoek te gaan naar geluiden op de concertlocatie (in dit geval een leeszaal van een bibliotheek). Uiteindelijk was tijdens de uitvoering deze grafische partituur niet meer nodig en verschillende uitvoerders gebruikten ze niet meer. De tekstpartituur met bijgevoegde documentatie geeft mij de gelegenheid om een onderscheid te maken tussen verschillende soorten partituren: sommige zijn werkmiddelen om een specifieke repetitie zo productief mogelijk te maken, terwijl de (hoofd) tekstpartituur de basisideeën van een compositie wil uitdrukken.

In de voorbije maanden gebeurde er nog een verandering in de notatiewijze van mijn composities. Die recente werken werden nog niet publiekelijk uitgevoerd maar wel uitgetest samen met uitvoerders zoals slagwerker Ruben Orio. Als ik terugdenk aan die try-outs, realiseer ik dat ik een soort tussenformaat tussen tekstpartituur en documentatie heb gecreëerd door oefeningen (voor de uitvoerders) toe te voegen aan de (hoofd) tekstpartituur. Oefeningen (in luisteren en klank maken) zijn deel gaan uitmaken van experimentele partituren, zoals in Pauline Oliveros haar Sonic Meditations of Charlie Sdraulig's Category. Vooral als het over interactie met de omgeving gaat, zijn oefeningen een krachtige combinatie van open en praktijkgericht voorbereiden. Ze nodigen muzikanten uit om muzikale ideëen te exploreren en openen horizonten zonder directief te zijn.

Laat mij deze kwaliteiten van oefeningen verduidelijken met een recente compositie. In Faraway (werktitel) experimenteer ik met een setup met 'afgelegen' instrumenten: dit zijn (meestal elektronische) instrumenten die vlak bij de uitvoerder bespeeld worden maar op een grote afstand van de uitvoerder klank produceren. De klankproductie – bv. een draadloze luidspreker – bevindt zich op verre plaatsen die de uitvoerder intrigeren, bv. in de takken van een boom in een tuin. Faraway heeft een opstelling met meerdere 'afgelegen' instrumenten en ('normale') nabije instrumenten, zo kan een dialoog aangegaan worden met de omgeving doorheen muren, deuren en kamers. Ik wil van Faraway ook een meerstemmig werk maken, waarin lagen van gespeelde klanken en niet-gespeelde (omgevings)geluiden voortdurend aanwezig zijn. Aanvankelijk had ik deze polyfonie te gedetailleerd en directief vastgelegd. In de try-out bleek dat dit de interactiemogelijkheden belemmerde van de uitvoerder. Bovendien werkte mijn gedetailleerd uitgeschreven polyfonie enkel in bepaalde geluidsomgevingen. Uiteindelijk heb ik de polyfonie enkel op een algemene, open manier verwoord in de tekstpartituur en voegde ik een pagina toe met 'mogelijke oefeningen ter voorbereiding van de uitvoering.' Zo luidt bv. de laatste oefening:

“Verdeel je gedachten. Verbind één afgelegen plaats (en het afgelegen instrument) met een verbeeld gevoel, atmosfeer, actie, situatie of levend wezen. De andere afgelegen en nabije locaties volgen ev. een andere – wellicht muzikale – logica. Vervolgens hou je je aan deze connectie. Enkele voorbeelden van mogelijke verbindingen: [1] Stel je voor dat een kind op één van de afgelegen locaties aan het spelen is, ze wisselt pianospelen af met het maken van een tekening op de vloer. (...)”

Door oefeningen als notatievorm (van een compositie) te gebruiken, kan ik de uitvoerder uitnodigen om te focussen op de concrete uitvoering zonder een gesloten, unieke oplossing te geven die de uitvoerder verplicht moet volgen. Bovendien, brengen de oefeningen de muzikanten er toe om de compositie en afhankelijkheid van de (veranderende) omgeving actief te exploreren.

Hier is een link naar de voorlopige partituur van Faraway.



Site met bronnenmateriaal over locatiespecifieke muziekachtergrond

Posted by hansroels.be 28 Nov, 2017 12:19

Recent ben ik een website aan het maken waarop ik bronnenmateriaal verzamel over locatiespecifieke componisten, composities, ensembles en festivals. Bovendien wil ik er ook nog achtergrondteksten (in boeken, artikels of websites) oplijsten. Iedereen geïnteresseerd in muziekuitvoeringen 'ter plekke' kan hier op één plaats een heleboel informatie vinden.
Dit is de link naar die site.

Componeren met de buurtactie

Posted by hansroels.be 20 Mar, 2017 15:06

In januari 2017 was er een uitvoering van mijn werk Muziekstraat samen met het buurtcomité de Biekorf. Muziekstraat is een live soundscape die een totaalervaring wil geven van de diversiteit in een buurt. Kort samengevat gaat dit werk als volgt:

- de luisteraars wandelen in een stoet terwijl muzikanten vanuit huizen met open ramen en deuren zelfgekozen muziekfragmenten spelen langs het traject;

- de muzikanten in die huizen komen allemaal uit de buurt, het zijn dus vooral amateurmuzikanten, van beginnelingen tot gevorderden;

- in de stoet zelf lopen twee muzikanten mee (slagwerk en trombone), zij spelen elk een eigen, muzikaal patroon maar laten ook genoeg ruimte om de muziek vanuit de huizen te kunnen horen.

Meer informatie met de tekstpartituur, extra documentatie en een geluidsopname van Muziekstraat kun je hier vinden. In deze post ga ik dieper in op de artistieke en compositorische mogelijkheden van een locatiespecifiek en participatief project zoals Muziekstraat.
Blog imageOp de afbeelding kun je het stratenplan zien, enkele weken voorafgaand aan de eerste uitvoering van Muziekstraat. Dit plan vormde het startpunt voor het opmaken van een muzikale structuur voor de compositie. Dit gebeurde op het moment dat ik het merendeel van de deelnemende huizen en muzikanten kende. De letters geven de ruimtelijke secties van het traject van de stoet weer. In de roosgekleurde huizen waren de bewoners zelf muzikant, dus hier lag de instrumentatie en plaats van de instrumenten vast. De oranje huizen waren gasthuizen, de inwoners speelden zelf geen instrumenten maar muzikanten uit de buurt konden vanuit deze huizen spelen. [De geelgekleurde huizen waren buurtbewoners die vermoedelijk gingen meedoen.] Door de buurtmuzikanten te koppelen aan een specifiek gasthuis kon ik voor afwisseling in instrumentatie, luidsterkte, spatialisatie en muziekstijl zorgen en aldus een overkoepelende muzikale vorm geven aan de soundscape. Dit laatste gebeurde specifiek door het wandeltraject vast te leggen. Dat werd uiteindelijk A→B→C→D→E→B→C. Het begindeel A was rustiger: hier waren minder muzikanten. In C waren er dat meer zodat er een eerste climax opgebouwd kon worden. Vervolgens was er in E opnieuw een rustigere sectie (met minder en zachtere instrumenten) die uiteindelijk via B overging naar een slotclimax, opnieuw in C. Voor deze climax plaatste ik het grootse ensemble (een accordeonquintet) in twee huizen recht over elkaar zodat zij dwars over de straat en het publiek speelden. (De tweede, witte afbeelding toont het traject van de stoet enkele weken later op 21 januari 2017 met de instrumenten, aangegeven op de huizen.)

Blog imageNet zoals in andere polyfone muziek kon ik als componist spelen met instrumentatie, timing, spatialisatie en timbre van de klanklagen, maar de werkwijze, mogelijkheden en beperkingen lagen toch anders dan bv. in een compositie van Henry Brant. De variatie aan instrumenten en timbres was potentieel groter dan in een orkest maar ik moest wel de muzikanten (van bv. didgeridoo of synthesizer) zien te vinden in de buurt en vervolgens overtuigen. Ook de mogelijkheden om vanuit verschillende plaatsen te spelen waren groot, bij deze eerste uitvoering waren dat bv. inkomhallen van huizen, ramen op de eerste verdieping of garages maar opnieuw moest ik genoeg huizen zien te overtuigen. Bovendien bleek dat de locatie voor de muzikant soms niet veranderd kon worden omdat het instrument te zwaar was (bv. piano). De timing van de afzonderlijke 'stemmen' was minder in detail te regelen (in vergelijking met bv. een polyfoon barokwerk) o.w.v. de grotere afstanden tussen de muzikanten. Toch had ik enige controle over de timing van de muziekfragmenten die de muzikanten zelf kozen. Ik gaf hen eenvoudige instructies om te spelen voor, tijdens of nadat de stoet voorbijgekomen was. Hierbij moest ik dan weer rekening houden met de verschillende niveau's en het spelplezier van de amateur muzikanten: een werkje spelen van een halve minuut is normaal voor een beginneling maar hoogstwaarschijnlijk te kort voor een ervaren speler.

Net zoals een componist in een studio een digitale soundscape creëert, kon ook ik een balans en mix opmaken, het timbre en de luidsterkte van afzonderlijke stemmen bepalen en voor een ruimtelijke balans (panning) zorgen, maar ik werkte niet achter een computer maar samen met een buurt. Dit betekende dat meer organisatorisch, sociaal en artistiek werk buiten op de straat gebeurde. In vergelijking met een soundscape die je enkel via luidsprekers kan afspelen, kon ik sommige parameters minder gedetailleerd controleren, maar uiteindelijk wandelde de luisteraar wel letterlijk rond in deze soundscape en werd de klankervaring een multisensorische, totaalervaring van de buurt waarbij horen, zien, voelen en weten in elkaar overliepen.

In feite opereerden componisten de voorbije eeuwen altijd binnen een sociaal-cultuur veld dat hen beperkingen en mogelijkheden oplegde. Dit gebeurt ook in hedendaags-klassieke en experimentele muziek waar opdrachtgevers een belangrijke rol spelen (zie bv. de artikels van de ondezoekster Annelies Fryberger) maar vaak is dit veld onzichtbaar geworden door traditie en gewoonte. Zo aanvaarden componisten dikwijls dat een opdrachtgever hen beperkingen oplegt in verband met de duur en instrumentatie of dat het karakter van een nieuw werk moet aansluiten bij het profiel van een concertorganisator. Bij de samenwerking met de buurt in Muziekstraat kan op het eerste zicht lijken alsof ik als componist helemaal geen artistieke mogelijkheden meer heb: ik heb nml. bijna geen enkele 'noot muziek' geschreven voor de uitvoering van dit werk. Maar in feite verleggen de mogelijkheden en beperkingen zich enkel, als je een locatiespecifiek en participatief werk maakt. En zoals blijkt uit deze blogtekst is mijn vroegere ervaring als componist van polyfone werken mij goed van pas gekomen bij het uitwerken en organiseren van Muziekstraat samen met het buurtcomité.

Ensceneringactie

Posted by hansroels.be 29 Nov, 2016 09:50

Een compositie en uitvoering op locatie betekent niet zomaar dat je enkel de plaatselijke geluiden en materialen (op het moment van het concert) gebruikt. De artistieke en maatschappelijke opvattingen zijn sinds de 20ste eeuw meer ecologisch waardoor onderlinge verbanden en afhankelijkheden meer erkend worden, ten nadele van geïsoleerde, onafhankelijke elementen die enkel in causale verbanden tot elkaar staan. Veronderstellen dat een landschap of concertlocatie iets is dat volledig los kan gezien worden van jezelf, en dat je als kunstenaar of lid van het publiek een buitenstaander bent die enkel stil zal neerzitten en luisteren, is een opvatting die ik bij mezelf en andere kunstenaars (bv. Landscape Quartet) steeds minder terugvind.

Daarom dringt zich bij een locatiespecifieke uitvoering de vraag op: in welke mate en op welke manier ga ik ingrijpen in de omgeving en die samen met een uitvoering ensceneren? Welke keuzes maak ik om een uitvoering op een specifieke plaats vorm te geven? Laat ik deze vragen en mogelijke antwoorden verduidelijken aan de hand van recente werken.

In de eerste plaats veronderstelt elke in situ uitvoering een keuze van een plaats en een tijdstip, waarop het publiek uitgenodigd wordt om naar die plaats te gaan. Een plaats (zoals een park) is geen statisch gegeven met een vast karakter; het seizoen, de dag en het uur kunnen voor grote verschillen zorgen. De basiskeuze van plaats en tijdstip hangt samen met de algemene opzet van een werk en die moet dan weer verzoend worden met de praktische en organisatorische vereisten. In mijn werk Beving speelt een groot deel van de uitvoerders slagwerk op de objecten, materialen en planten van een locatie. Het zijn dus niet enkel de onmiddellijk hoorbare klanken die een rol spelen maar ook de potentiele klanken. De keuze van een geschikte locatie voor dit werk wordt in belangrijke mate bepaald door de diversiteit aan materialen ter plekke. Als die heel beperkt is (bv. een grasveld met enkel in het midden een verhard fietspad), dan wordt een uitvoering quasi onmogelijk. De akoestische eigenschappen van de locatie, de grootte van het verwachtte publiek en het aantal uitvoerders, spelen ook een rol. De uitvoering moet immers hoorbaar zijn voor het volledige publiek.

Behalve de plaats en tijdstip zijn er nog keuzes en ingrepen te maken om een uitvoering op locatie te realiseren. Als je een diepgaande exploratie voorafgaand aan de repetities en het concert uitvoert – ook op andere tijdstippen dan die waarop het concert gaat plaatsvinden – dan krijg je een rijk en gedetailleerd beeld van de mogelijke geluiden en objecten. Hieruit moet vervolgends een keuze gemaakt worden. Soms moeten die keuzes later in het creatief proces aangepast worden omdat ze niet effectief genoeg werken. Zo bleek na de exploratie en eerste repetitie van Plain in de leeszaal van de bibliotheek in de Singel, dat er te weinig diverse en luide geluiden waren. Daarom werden enkele geluiden en handelingen 'gedubbeld': meerdere uitvoerders bespeelden nagenoeg identieke objecten (bv. een boek met een harde kaft) op hetzelfde moment.

Blog image(foto: Zena Van den Block)
Een tweede aanpassing was om op zoek te gaan naar andere materialen (borstels, schuim,…) om tegen de objecten ter plekke te wrijven om luidere en diversere aangehouden klanken te produceren. Bovendien konden op de volgende repetitie objecten zoals een boek of boekstaander zo geplaatst worden dat ze meer resoneren of vrijer kunnen trillen en dus iets luider klinken. Tenslotte duidden we tijdens repetities in detail plaatsen aan waar een klank plots veranderde qua timbre of dynamiek (bv. een holle plek op een houten vloer). Bij deze zoektocht en enscenering is het moeilijk balanceren om zowel trouw te blijven aan het karakter van de leeszaal als ervoor te zorgen dat er voldoende luidsterkte en klankdiversiteit is.

De frictie tussen enerzijds de concertlocatie en haar mogelijkheden en karakter, en anderzijds de muzikale vereisten van een compositie, is een terugkerend fenomeen bij het onstaansproces van uitvoeringen op locatie. Het dwingt je steeds opnieuw als componist en uitvoerder om op zoek te gaan naar creatieve en lokale oplossingen waardoor uiteindelijk de uitvoerders, publiek en planten, dieren, materialen en architectuur ter plekke kunnen 'samenwerken' om voor een muziekuitvoering van een specifieke compositie te zorgen.

Tenslotte is het ook belangrijk om na te denken over de rol van het publiek en daarover te communiceren. De geijkte passieve rol waarbij het publiek enkel zit en luistert, valt weg éénmaal je de concertzaal verlaat. Maar een groep pratende en wandelende mensen kan ook een inbreuk zijn op het (weliswaar veranderlijke) karakter van een locatie. Dus over deze rol moeten keuzes gemaakt worden en idealiter richt je het concertritueel en de plaats zo in dat het publiek verleid wordt om zich op de gekozen manier te gedragen.



Concert 27 augustusactie

Posted by hansroels.be 16 Aug, 2016 15:08

Op zaterdagavond 27 augustus om 20.30 is er een concert in het Rozebroekenpark (Sint-Amandsberg-Gent) door een ensemble van professionele en amateur muzikanten uit de buurt. Zij spelen twee nieuwe werken van Hans Roels waarin de concertomgeving een belangrijke rol krijgt: bomen, banken en stenen worden bespeeld als slagwerk, muzikanten zitten niet op een podium maar lopen rond en maken muziek die deel wil uitmaken van de omgevingsgeluiden in het park.

Na dit korte concert is om 21.00 o.a. de film The Sound of Noise te zien in het kader van het festival Cinepuur.

Blog image
Uitvoerders: Joris Blanckaert (accordeon), Pol Mareen (sopraan sax), Thomas Moore (trombone), Sara Baldini (fluit), Erik Bassier (clarinet & tenor sax), Stefaan Smagghe, Ruben Martinez Orio (slagwerk) & muzikanten uit de buurt:
Stefaan Verstraeten, Simon Michels, Divine Crappe, Carla Snoeck en Rilke Mahieu


PRAKTISCH
Plaats: ‘Amphitheater’ in het Rozebroekenpark, Sint-Amandsberg. Het ‘amphitheater’ bevindt zich achter de speelbergen in het park (omgeving Herlegemstraat – Wijmakker). Inkom: 6 euro (film inbegrepen).
Reservatie aanbevolen want de plaatsen zijn beperkt: cinepuur@rozebroeken.be tel: 0479/096050
Ook als het regent gaat het concert door, dan is er een tent voor het publiek voorzien. Voorzie jezelf wel van stevige buitenkledij.

Het volledige programma van Cinepuur is te vinden op www.rozebroeken.be

Dit concert en het BRRrrr project (rond Buurt & Geluid) vindt plaats met de steun van de stad Gent en sluit ook aan bij het artistiek onderzoek van Hans Roels aan de AP Hogeschool Antwerpen (School of Arts).









Rozebroekenactie

Posted by hansroels.be 04 Jul, 2016 21:48

Op zaterdag 27 augustus worden twee nieuwe werken van mijzelf uitgevoerd in het Rozebroeken park (Sint-Amandsberg, Gent).

Het eerste werk – voorlopig nog zonder titel – is gemaakt om in een grote (buiten)ruimte uitgevoerd te worden. Drie muzikanten zitten verspreid en op grote afstand rondom het publiek, terwijl drie andere spelers vlakbij het publiek zitten. Het werk knopt aan bij de 20ste eeuwse traditie om de plaatsing van de instrumenten in een uitvoering maximaal te benutten.

De tweede compositie op het programma Beving Rozebroeken (Bebung) wil de concertplaats en de aanwezige voorwerpen, planten, dieren, bewoners en architectuur hoorbaar doen trillen. De basisstructuur bestaat uit twee lagen met en zonder toonhoogte. Om aanpassingen te maken aan de specifieke locatie en de toonhoogtes die daar aanwezig zijn, kan in het toonhoogtemateriaal geschrapt, gevariëerd en getransponeerd worden. De hoofdpartij, het slagwerk, blijft altijd min of meer dezelfde en bestaat uit het bespelen van objecten en materialen op de concertplaats door deze aan te slaan met handen of (slagwerk)stokken. Het werk draait niet zozeer om de hoorbare, spontaan aanwezige omgevingsgeluiden als wel om de (latente) klanken die in objecten vervat zitten en tot leven gewekt dienen te worden.

Het Rozebroekenpark waar Beving Rozebroeken 's avonds in augustus uitgevoerd wordt, associeer ik vnl. met bomen, struiken, planten en vogels, zeker 's avonds. Daarom zijn een groot deel van de slagwerkgeluiden in deze versie 'houterig' en zit de (beperkte) harmonie en melodie in het hogere register. De Rozebroeken blijven een stedelijk stuk groen, dus ook geluiden van banken, tafels, vuilbakken en fietsen spelen een rol. Om die sociale rol van het park te beklemtonen wordt de slagwerkpartij ook gedubbeld en uitgevoerd door een zestal extra (amateur) muzikanten uit Sint-Amandsberg. Die zullen er ook voor zorgen dat de slagwerkpartij nog meer de volledige ruimte rondom het publiek kan vullen. Tenslotte is in Beving Rozebroeken ook een historische dimensie verwerkt: vroeger – in de jaren '80 – waren er volkstuinen in de Rozebroeken, waar de bewoners een eigen moestuin bewerkten. Dit historisch element is terug te vinden in de keuze van stokken om objecten aan te slaan.

De uitvoering gaat door op zaterdag 27 augustus 20.30 en duurt een klein half uur. Nadien is er een film in het kader van Cinepuur, vermoedelijk The Sound of Noise. Later volgt nog meer praktische info over dit concert.

Dit concert vindt plaats met de steun van de stad Gent.



Klinkende binnen- en buitenruimtesactie

Posted by hansroels.be 18 Apr, 2016 16:51

Net zoals je bij visuele ervaringen over een gezichtsveld spreekt, kan je op auditief vlak de term gehoorveld gebruiken. Gehoorveld slaat dan op het gebied rondom de luisteraar waarbinnen de geluidsbronnen hoorbaar zijn voor die luisteraar. In een open veld is dit een oppervlakte van enkele tientallen meters (een ruwe schatting) rondom jezelf. Maar zeker in een stad staan er overal akoestische obstakels (muren, gebouwen, ...) die een deel van het geluid tegenhouden. Deze muren en ramen worden steeds beter geïsoleerd zodat een heel typische 'binnen' (in huis, in een gebouw, in een zaal) en 'buiten' geluidservaring ontstaat. Als je bv. thuis een buitenraam opent, hoor je plots een heel andere geluidswereld, ook al sta je in je kamer. Wat je als 'binnen' of 'buiten' ervaart, hangt niet enkel af van de aard van de geluiden en de vertrouwdheid daarmee maar ook van de afstanden en richtingen waaruit die geluiden je bereiken en de effecten (zoals galm en filter) die ontstaan door de architectuur van de binnen- en buitenruimtes.

Momenteel werk ik aan een compositie Kier (werktitel) waarbij het openen en sluiten van deuren in de concertzaal een wezenlijk onderdeel van het werk uitmaken. Hierdoor kan het publiek ook de geluiden buiten de zaal horen. Drie uitvoerders, waaronder twee slagwerkers spelen mee in dit werk. Eén slagwerker speelt ook buiten de zaal zodat die hoorbaar is doorheen de geopende deuren.

De meerkanaalsopstelling in dit werk brengt de omgevingsgeluiden in real time van buiten de zaal naar binnen. Er staan meerdere microfoons buiten het gebouw opgesteld zodat omgevingsgeluiden (inclusief de slagwerker buiten) live versterkt en gemixt kunnen worden in de zaal (door de derde uitvoerder). Op die manier kan in de zaal bv. live 'ingezoomd' worden op een onderdeel van de (akoestische) buitengeluiden.

Op sommige momenten geef ik ook de uitgevoerde muziek, binnen op het podium, karakteristieken van buitengeluiden mee. Dit gebeurt vooral door een polyfone, simultane schrijfwijze waarbij heel diverse fragmenten op verschillende plaatsen en afstanden binnen in de zaal gespeeld worden, en door de specifieke versterking van het slagwerk. De slagwerker in de zaal heeft namelijk een dynamische microfoon aan een voet zodat de uitgevoerde muziek – binnenin de zaal – “vanuit de verte” en met bijgeluiden (voetstappen) versterkt kan worden. Het werk 'Kier' wil nieuwe (auditieve) tussenruimtes en overkoepelende, gezamenlijke ruimtes doen ontstaan. Dit gebeurt door de uitbreiding en manipulatie van het gehoorveld in de zaal via de verplaatsingen van muzikanten, live versterkingen en het openen en sluiten van openingen tussen binnen- en buitenruimtes.

Dit werk kan alleen uitgevoerd worden in een zaal die minstens aan één zijde deuren of ramen heeft waardoor geluiden buiten de zaal en het gebouw gehoord kunnen worden. In december 2015 heb ik een eerste versie uitgeprobeerd op een concert in het conservatorium van Gent met Ruben Martinez Orio, Michiel De Naegel en mijzelf als uitvoerders. Dit was een heel 'premature', korte versie, Kier was toen geconcipieerd als een solo percussiewerk met twee assistenten. De slagwerker speelde enkel binnenin de zaal.

Hier is een opname van een fragment van deze uitvoering, de omgevingsgeluiden (rondom het conservatorium van Gent) bestaan uit o.a. een beiaard, (pratende en werkende) bouwvakkers, machines en repeterende muziekstudenten. Dit is een snel gemaakte live opname tijdens de repetitie, sowieso is het zeer moeilijk om het verschil tussen akoestische en versterkte (opgenomen) klanken weer te geven via een opname! Het fragment begint vanaf nummer 14 in deze partituurschets.





De actualiteit van compositie op locatieachtergrond

Posted by hansroels.be 10 Mar, 2016 11:21

Locatie-specifieke muziek en hedendaagse-klassieke muziek zijn geen losstaande fenomenen die enkel oppervlakkig met elkaar verbonden zijn. Er zijn diepgaande raakvlakken tussen beide sinds het begin van de 20ste eeuw en ik ben er van overtuigd dat in de toekomst de invloed van de locatie-specifieke kunst op hedendaagse muziek vermoedelijk zal stijgen. In deze post behandel ik een aantal thema's die niet alleen bijzonder actueel zijn in hedendaagse muziek maar ook een duidelijk verband hebben met locatie-specifieke kunsten. Deze thema's en verbanden geven aan dat een 'uitwaartse' beweging (de concertzaal verlaten) te verwachten is in de hedendaagse muziek omdat net buiten de zaal deze actuele thema's ten volle uitgebuit kunnen worden.

Het overnemen van muzikale kenmerken, instrumentatie, concertrituelen, praktijken uit de popmuziek of populaire cultuur krijgt de voorbije 20 jaren blijvende aandacht in hedendaagse muziek, zie voorbeelden als het This is not a pop song project van het Ictus Ensemble of de programmatie van het November Music Festival. Wie de straat of het veld opgaat, komt onvermijdelijk (populaire) muziek tegen, geproduceerd door instrumenten, stemmen, gsm's, autoradio's, luidsprekers, … Populaire cultuur is in verregaande mate ook gedigitaliseerd en verspreid zich via netwerken. Nieuwe vormen van internet communicatie en (sociale) netwerken zijn een vruchtbare voedingsbodem voor componisten als Johannes Kreidler of Jennifer Walshe. Het concept van hoge en lage (populaire) cultuur en de Europese componist als producent van autonome werken is de voorbije decennia zo vaak onder vuur genomen dat de duidelijke invloed van populaire cultuur en niet-westerse muziek in hedendaagse klassieke muziek geen verbazing wekt. Opera's over Japanse digitale cultuur (Serge Verstockt) of festivals (Huddersfield Contemporary Music Festival 2013) over volksmuziek zijn hiervan tekenen. Wie buiten de context van een concertzaal naar muziek op straat luistert, hoort een grote variatie aan muziek uit allerlei landen en continenten. In locatie-specifieke muziek die de dialoog met de omgeving wil aangaan, bv. van Chester Schultz, komt logischerwijs een grote diversiteit aan populaire en niet-westerse muziek aan bod.

Behalve populaire cultuur en niet-westerse muziek vormt ook het thema 'omgevingsgeluid' een duidelijke link tussen locatie-specifieke kunst en hedendaags-klassieke muziek. Natuur, klank, omgevingsgeluid en stilte (afwezigheid van geluid) zijn niet enkel in het verleden bij componisten als John Cage of Pierre Schaeffer terug te vinden, ook in de 21ste eeuw blijven componisten als John Luther Adams, Peter Ablinger of Joanne Bailie op heel verschillende manieren gefascineerd door de geluiden en klanken buiten de concertzaal en de manieren waarop luisteraars die (wel of niet) waarnemen.

Als je aandachtig luistert buiten de concertzaal, zijn niet enkel de luisteraars en de geluidsbronnen vaak verspreid over de locatie, maar het horen is daar ook nauw verbonden met onze andere zintuigen. Deze twee thema's – de veelzijdige en multisensorische ervaring – vormen een andere brug tussen locatie-specifieke compositie en hedendaagse muziek anno 2016.

Het veelzijdige karakter van omgevingsgeluid gaat verder dan de ruimtelijke verspreiding van klank. Het betekent ook dat (bv. op een marktplein) er niet één maar meerdere geluidsbronnen zijn, dat mensen vanuit verschillende plaatsen op die markt naar verschillende dingen luisteren, dat deze mensen dat doen met hun eigen standpunten, gewoontes, gevoelens en geschiedenis en dat de meeste van deze mensen op dat moment toch het gevoel hebben dat ze een ruimte -de markt- delen met anderen en ze deel uitmaken van een gezamelijk soundscape. Sinds de opkomst van de draagbare technologie, is ook een digitale (of virtuele) dimensie toegevoegd aan dit veelzijdige karakter: op een markt bellen mensen met hun gsm of zoeken iets op het internet via hun smartphone of tablet; zij bewegen zich dus deels in een virtuele wereld die verbonden is met de gedeelde marktplaats.

De multisensorische geluidservaring in de dagelijkse realiteit betekent dat muziek en klank geen alleenstaande, losgekoppelde fenomenen zijn maar meestal samen met visuele en tactiele ervaringen een totaalervaring op een bepaalde plaats vormen. Neem bijvoorbeeld de wind, de auditieve waarneming ervan wordt in open lucht vaak gekoppeld aan het gevoel dat die wind in je gezicht blaast of dat je bomen en objecten ziet bewegen. Door de verschillende, gelijktijdige zintuiglijke ervaringen ontstaat een complex en divers gamma aan holistische ervaringen waarvan de geluidservaring deel uitmaakt.

In de voorbije decennia raken componisten en uitvoerders steeds meer gefascineerd door dit veelzijdig en multisensorisch karakter van de klankervaring, steeds meer technologie in de (afgesloten) concertzaal wordt gebruikt om die ervaring weer te geven. Het aantal producties en composities waarbij niet enkel multimedia (video, sensoren,...) gebruikt worden maar ook beeld en klank vanuit meerdere perspectieven worden weergegeven (zoals in het werk van Michael Beil) blijft stijgen. De troef die locatie-specifieke kunsten bezitten is dat deze veelzijdigheid niet met veel technologie geconstrueerd moet worden maar vanzelf aanwezig kan zijn op een specifieke buitenlocatie. Bovendien kan hier gefocust worden op de interactie tussen nieuwe digitale (virtuele) werelden en de reële, lokale wereld, in tegenstelling tot de concertzaal waar vooral de geïsoleerde, technologische, virtuele wereld op de voorgrond staat.

Behalve de voorgaande parallellen tussen hedendaagse muziek en locatie-specifieke klankkunst, is er nog een ander raakvlak met hedendaagse kunsten buiten de muziek. De voorbije jaren zie je dat kunstenaars zich meer bezighouden met vragen als: “Kan mijn kunst meehelpen aan de realisering van een meer duurzame wereld? Hoe kan ik de lokale macht van mensen versterken en niet de internationale economische en politieke structuren?” Dit samengaan van artistieke en maatschappelijke bezorgdheden
is merkbaar op een festival als (im)Possible Futures in Vooruit (2015), de internationale conferentie Culture(s) in sustainable futures (2015) of de recente term duurzame kunst. Kunstcritici gebruiken deze term om kunstpraktijken te duiden die in harmonie met principes als duurzaamheid, ecologie, sociale rechtvaardigheid, geweldloosheid en basisdemocratie willen opereren. Lokatie-specifieke componisten zoals David Dunn legden in de jaren '70 reeds de nadruk op lokale factoren in hun kunstwerken, de brug maken vanuit locatie-specifieke muziek naar duurzame kunst is dan ook sneller gedaan (zie bv. Chester Schultz). Op dit raakvlak tussen locatie-specifieke en duurzame muziek dient trouwens ook community music vermeld te worden, een visie die de sociale en relationele aspecten van het musiceren voor alle mensen benadrukt en bevordert (zie uitleg op deze site). Community music slaat op een divers gamma van praktijken waarvan meerdere reeds lang bestaan, maar de aandacht voor community music is pas de voorbije decennia echt gegroeid (vooral in Engelstalige landen als het VK of Australië). Aan sommige locatie-specifieke muziekprojecten (bv. van Kathy Kennedy of het project Het Geluid van Hasselt en Genk met werk van de componist Wim Henderickx) nemen zowel luisteraars als amateurmuzikanten actief deel waardoor de grens tussen site-specific en community music vervaagt.

De voorgaande thema's geven aan dat veel artistieke fascinaties in de hedendaagse muziek uitgaan naar de ervaring van klank, muziek en andere zaken in de 'buitenwereld', niet in een concertzaal. Volgens mij is er in de hedendaagse muziek vaak een complexe en fundamentele tegenstrijdigheid tussen enerzijds de muziek en ideeën die vertolkt worden en anderzijds de afgesloten zaal en de daaraan verbonden sociale functies (tussen publiek en uitvoerders, tussen componist en publiek) waarin ze gevangen zit. Ik hoop alvast dat het verplaatsen van muziekuitvoeringen naar andere locaties, in dialoog met de omgeving, een frisse wind doet waaien in de klassiek-hedendaagse en experimentele muziek...