compositie op locatie

compositie op locatie

Notatie van locatiespecifieke muziek

achtergrondPosted by hansroels.be 15 Dec, 2017 14:08
Enkele maanden geleden heeft de kunstenares Min Oh het boek Score by Score over notatie in muziek, dans en de visuele kunsten gepubliceerd. Eén hoofdstuk bevat een interview met mij over de rol van notatie in mijn artistieke praktijk. Deze blog is een reflectie op het verband tussen locatiespecifieke muziekuitvoeringen en de manieren waarop ik muziek probeer vast te leggen.

Sinds ik voornamelijk buiten de concertzaal werk, zijn de hoofdpartituren van mijn werk geleidelijk veranderd in tekstpartituren ('text scores': woorden die klanken of utvoeringen omschrijven). Een tekstpartituur geeft uitvoerders de noodzakelijke vrijheid en flexibiliteit om in een levende omgeving te spelen. Woorden staan verder verwijderd van de standaard muzieknotatie en ik hoop dat deze afstand de uitvoerders een persoonlijke, muzikale manier helpt te vinden om in dialoog te gaan met de concertomgeving. Het is niet eenvoudig om in een tekstpartituur een evenwicht te vinden tussen voldoende vrijheid geven aan de uitvoerders enerzijds en muzikaal materiaal concreet en tastbaar genoeg maken zodat de uitvoerders de compositie effectief kunnen uitvoeren anderzijds.

Eén mogelijke oplossing om te zorgen dat een partituur muzikaal uitdagend genoeg is voor de uitvoerders en ook genoeg informatie bevat over de verwevenheid van omgeving en compositie, bestaat erin om documentatie aan de tekstpartituur toe te voegen. Dit is een praktijk die ik spontaan sinds Plain (najaar 2016) heb toegepast en die daarna vergroeid is met mijn artistiek onderzoek. Deze documentatie is niet absoluut noodzakelijk om de compositie uit te voeren, de tekstpartituur biedt eigenlijk voldoende – zij het vrij abstracte – info om een uitvoerder de compositie te laten uitvoeren. De documentaties bevatten gedetailleerde informatie over specifieke uitvoeringen, de concertlocatie en de interacties daarmee. Ik beschrijf ook repetities, verkenningen en voorbereidende processen, voeg links toe naar audio en video opnames, en geef een evaluatie van de uitvoering. Voorbeelden van partituurdocumentaties zijn behalve van Plain ook van latere composities Music Street en Hearizon te vinden op mijn website. De tekstpartituur en documentatie vormen een éénheid. Samen geven ze de uitvoerder net genoeg informatie – zo hoop ik toch – om een individuele visie te ontwikkelen op de uitvoeringen en de context (de omgeving). De uitvoerder kan zich vervolgens inbeelden hoe een uitvoering op een andere locatie gerealiseerd kan worden.

Documentatie bij de partituur van mijn compositie Plain

Door mijn werk buiten de concertzaal is ook mijn aandacht voor het repetitieproces gestegen. Voor elke compositie en concertomgeving kunnen de vereiste luister- en uitvoeringsmethodes immers verschillend zijn. Bovendien kunnen materiële condities de interactiemogelijkheden verregaand beperken. Zo kan het zijn dat bv. de uitvoerders rondlopen en elkaar niet kunnen zien of horen. Het werk buiten de concertzaal dwingt me om meer tijd en aandacht te besteden aan het repetitieproces en het leren in dialoog gaan met de omgeving (of het leren samenspelen in omgevingen die heel verschillend zijn van een afgesloten concertzaal).

De partituurdocumentaties hebben mij een formaat gegeven waarmee ik kan communiceren over die repetitieprocessen, de voorbereidingen en de (tijdelijke) partituren die ik specifiek voor repetities maak. Zo maakte ik bv. voor de eerste repetitie van Plain een eenvoudige grafische partituur omdat die een werkbare structuur leverde om te beginnen uitvoeren en op zoek te gaan naar geluiden op de concertlocatie (in dit geval een leeszaal van een bibliotheek). Uiteindelijk was tijdens de uitvoering deze grafische partituur niet meer nodig en verschillende uitvoerders gebruikten ze niet meer. De tekstpartituur met bijgevoegde documentatie geeft mij de gelegenheid om een onderscheid te maken tussen verschillende soorten partituren: sommige zijn werkmiddelen om een specifieke repetitie zo productief mogelijk te maken, terwijl de (hoofd) tekstpartituur de basisideeën van een compositie wil uitdrukken.

In de voorbije maanden gebeurde er nog een verandering in de notatiewijze van mijn composities. Die recente werken werden nog niet publiekelijk uitgevoerd maar wel uitgetest samen met uitvoerders zoals slagwerker Ruben Orio. Als ik terugdenk aan die try-outs, realiseer ik dat ik een soort tussenformaat tussen tekstpartituur en documentatie heb gecreëerd door oefeningen (voor de uitvoerders) toe te voegen aan de (hoofd) tekstpartituur. Oefeningen (in luisteren en klank maken) zijn deel gaan uitmaken van experimentele partituren, zoals in Pauline Oliveros haar Sonic Meditations of Charlie Sdraulig's Category. Vooral als het over interactie met de omgeving gaat, zijn oefeningen een krachtige combinatie van open en praktijkgericht voorbereiden. Ze nodigen muzikanten uit om muzikale ideëen te exploreren en openen horizonten zonder directief te zijn.

Laat mij deze kwaliteiten van oefeningen verduidelijken met een recente compositie. In Faraway (werktitel) experimenteer ik met een setup met 'afgelegen' instrumenten: dit zijn (meestal elektronische) instrumenten die vlak bij de uitvoerder bespeeld worden maar op een grote afstand van de uitvoerder klank produceren. De klankproductie – bv. een draadloze luidspreker – bevindt zich op verre plaatsen die de uitvoerder intrigeren, bv. in de takken van een boom in een tuin. Faraway heeft een opstelling met meerdere 'afgelegen' instrumenten en ('normale') nabije instrumenten, zo kan een dialoog aangegaan worden met de omgeving doorheen muren, deuren en kamers. Ik wil van Faraway ook een meerstemmig werk maken, waarin lagen van gespeelde klanken en niet-gespeelde (omgevings)geluiden voortdurend aanwezig zijn. Aanvankelijk had ik deze polyfonie te gedetailleerd en directief vastgelegd. In de try-out bleek dat dit de interactiemogelijkheden belemmerde van de uitvoerder. Bovendien werkte mijn gedetailleerd uitgeschreven polyfonie enkel in bepaalde geluidsomgevingen. Uiteindelijk heb ik de polyfonie enkel op een algemene, open manier verwoord in de tekstpartituur en voegde ik een pagina toe met 'mogelijke oefeningen ter voorbereiding van de uitvoering.' Zo luidt bv. de laatste oefening:

“Verdeel je gedachten. Verbind één afgelegen plaats (en het afgelegen instrument) met een verbeeld gevoel, atmosfeer, actie, situatie of levend wezen. De andere afgelegen en nabije locaties volgen ev. een andere – wellicht muzikale – logica. Vervolgens hou je je aan deze connectie. Enkele voorbeelden van mogelijke verbindingen: [1] Stel je voor dat een kind op één van de afgelegen locaties aan het spelen is, ze wisselt pianospelen af met het maken van een tekening op de vloer. (...)”

Door oefeningen als notatievorm (van een compositie) te gebruiken, kan ik de uitvoerder uitnodigen om te focussen op de concrete uitvoering zonder een gesloten, unieke oplossing te geven die de uitvoerder verplicht moet volgen. Bovendien, brengen de oefeningen de muzikanten er toe om de compositie en afhankelijkheid van de (veranderende) omgeving actief te exploreren.

Hier is een link naar de voorlopige partituur van Faraway.



Site met bronnenmateriaal over locatiespecifieke muziek

achtergrondPosted by hansroels.be 28 Nov, 2017 12:19
Recent ben ik een website aan het maken waarop ik bronnenmateriaal verzamel over locatiespecifieke componisten, composities, ensembles en festivals. Bovendien wil ik er ook nog achtergrondteksten (in boeken, artikels of websites) oplijsten. Iedereen geïnteresseerd in muziekuitvoeringen 'ter plekke' kan hier op één plaats een heleboel informatie vinden.
Dit is de link naar die site.

De actualiteit van compositie op locatie

achtergrondPosted by hansroels.be 10 Mar, 2016 11:21
Locatie-specifieke muziek en hedendaagse-klassieke muziek zijn geen losstaande fenomenen die enkel oppervlakkig met elkaar verbonden zijn. Er zijn diepgaande raakvlakken tussen beide sinds het begin van de 20ste eeuw en ik ben er van overtuigd dat in de toekomst de invloed van de locatie-specifieke kunst op hedendaagse muziek vermoedelijk zal stijgen. In deze post behandel ik een aantal thema's die niet alleen bijzonder actueel zijn in hedendaagse muziek maar ook een duidelijk verband hebben met locatie-specifieke kunsten. Deze thema's en verbanden geven aan dat een 'uitwaartse' beweging (de concertzaal verlaten) te verwachten is in de hedendaagse muziek omdat net buiten de zaal deze actuele thema's ten volle uitgebuit kunnen worden.

Het overnemen van muzikale kenmerken, instrumentatie, concertrituelen, praktijken uit de popmuziek of populaire cultuur krijgt de voorbije 20 jaren blijvende aandacht in hedendaagse muziek, zie voorbeelden als het This is not a pop song project van het Ictus Ensemble of de programmatie van het November Music Festival. Wie de straat of het veld opgaat, komt onvermijdelijk (populaire) muziek tegen, geproduceerd door instrumenten, stemmen, gsm's, autoradio's, luidsprekers, … Populaire cultuur is in verregaande mate ook gedigitaliseerd en verspreid zich via netwerken. Nieuwe vormen van internet communicatie en (sociale) netwerken zijn een vruchtbare voedingsbodem voor componisten als Johannes Kreidler of Jennifer Walshe. Het concept van hoge en lage (populaire) cultuur en de Europese componist als producent van autonome werken is de voorbije decennia zo vaak onder vuur genomen dat de duidelijke invloed van populaire cultuur en niet-westerse muziek in hedendaagse klassieke muziek geen verbazing wekt. Opera's over Japanse digitale cultuur (Serge Verstockt) of festivals (Huddersfield Contemporary Music Festival 2013) over volksmuziek zijn hiervan tekenen. Wie buiten de context van een concertzaal naar muziek op straat luistert, hoort een grote variatie aan muziek uit allerlei landen en continenten. In locatie-specifieke muziek die de dialoog met de omgeving wil aangaan, bv. van Chester Schultz, komt logischerwijs een grote diversiteit aan populaire en niet-westerse muziek aan bod.

Behalve populaire cultuur en niet-westerse muziek vormt ook het thema 'omgevingsgeluid' een duidelijke link tussen locatie-specifieke kunst en hedendaags-klassieke muziek. Natuur, klank, omgevingsgeluid en stilte (afwezigheid van geluid) zijn niet enkel in het verleden bij componisten als John Cage of Pierre Schaeffer terug te vinden, ook in de 21ste eeuw blijven componisten als John Luther Adams, Peter Ablinger of Joanne Bailie op heel verschillende manieren gefascineerd door de geluiden en klanken buiten de concertzaal en de manieren waarop luisteraars die (wel of niet) waarnemen.

Als je aandachtig luistert buiten de concertzaal, zijn niet enkel de luisteraars en de geluidsbronnen vaak verspreid over de locatie, maar het horen is daar ook nauw verbonden met onze andere zintuigen. Deze twee thema's – de veelzijdige en multisensorische ervaring – vormen een andere brug tussen locatie-specifieke compositie en hedendaagse muziek anno 2016.

Het veelzijdige karakter van omgevingsgeluid gaat verder dan de ruimtelijke verspreiding van klank. Het betekent ook dat (bv. op een marktplein) er niet één maar meerdere geluidsbronnen zijn, dat mensen vanuit verschillende plaatsen op die markt naar verschillende dingen luisteren, dat deze mensen dat doen met hun eigen standpunten, gewoontes, gevoelens en geschiedenis en dat de meeste van deze mensen op dat moment toch het gevoel hebben dat ze een ruimte -de markt- delen met anderen en ze deel uitmaken van een gezamelijk soundscape. Sinds de opkomst van de draagbare technologie, is ook een digitale (of virtuele) dimensie toegevoegd aan dit veelzijdige karakter: op een markt bellen mensen met hun gsm of zoeken iets op het internet via hun smartphone of tablet; zij bewegen zich dus deels in een virtuele wereld die verbonden is met de gedeelde marktplaats.

De multisensorische geluidservaring in de dagelijkse realiteit betekent dat muziek en klank geen alleenstaande, losgekoppelde fenomenen zijn maar meestal samen met visuele en tactiele ervaringen een totaalervaring op een bepaalde plaats vormen. Neem bijvoorbeeld de wind, de auditieve waarneming ervan wordt in open lucht vaak gekoppeld aan het gevoel dat die wind in je gezicht blaast of dat je bomen en objecten ziet bewegen. Door de verschillende, gelijktijdige zintuiglijke ervaringen ontstaat een complex en divers gamma aan holistische ervaringen waarvan de geluidservaring deel uitmaakt.

In de voorbije decennia raken componisten en uitvoerders steeds meer gefascineerd door dit veelzijdig en multisensorisch karakter van de klankervaring, steeds meer technologie in de (afgesloten) concertzaal wordt gebruikt om die ervaring weer te geven. Het aantal producties en composities waarbij niet enkel multimedia (video, sensoren,...) gebruikt worden maar ook beeld en klank vanuit meerdere perspectieven worden weergegeven (zoals in het werk van Michael Beil) blijft stijgen. De troef die locatie-specifieke kunsten bezitten is dat deze veelzijdigheid niet met veel technologie geconstrueerd moet worden maar vanzelf aanwezig kan zijn op een specifieke buitenlocatie. Bovendien kan hier gefocust worden op de interactie tussen nieuwe digitale (virtuele) werelden en de reële, lokale wereld, in tegenstelling tot de concertzaal waar vooral de geïsoleerde, technologische, virtuele wereld op de voorgrond staat.

Behalve de voorgaande parallellen tussen hedendaagse muziek en locatie-specifieke klankkunst, is er nog een ander raakvlak met hedendaagse kunsten buiten de muziek. De voorbije jaren zie je dat kunstenaars zich meer bezighouden met vragen als: “Kan mijn kunst meehelpen aan de realisering van een meer duurzame wereld? Hoe kan ik de lokale macht van mensen versterken en niet de internationale economische en politieke structuren?” Dit samengaan van artistieke en maatschappelijke bezorgdheden
is merkbaar op een festival als (im)Possible Futures in Vooruit (2015), de internationale conferentie Culture(s) in sustainable futures (2015) of de recente term duurzame kunst. Kunstcritici gebruiken deze term om kunstpraktijken te duiden die in harmonie met principes als duurzaamheid, ecologie, sociale rechtvaardigheid, geweldloosheid en basisdemocratie willen opereren. Lokatie-specifieke componisten zoals David Dunn legden in de jaren '70 reeds de nadruk op lokale factoren in hun kunstwerken, de brug maken vanuit locatie-specifieke muziek naar duurzame kunst is dan ook sneller gedaan (zie bv. Chester Schultz). Op dit raakvlak tussen locatie-specifieke en duurzame muziek dient trouwens ook community music vermeld te worden, een visie die de sociale en relationele aspecten van het musiceren voor alle mensen benadrukt en bevordert (zie uitleg op deze site). Community music slaat op een divers gamma van praktijken waarvan meerdere reeds lang bestaan, maar de aandacht voor community music is pas de voorbije decennia echt gegroeid (vooral in Engelstalige landen als het VK of Australië). Aan sommige locatie-specifieke muziekprojecten (bv. van Kathy Kennedy of het project Het Geluid van Hasselt en Genk met werk van de componist Wim Henderickx) nemen zowel luisteraars als amateurmuzikanten actief deel waardoor de grens tussen site-specific en community music vervaagt.

De voorgaande thema's geven aan dat veel artistieke fascinaties in de hedendaagse muziek uitgaan naar de ervaring van klank, muziek en andere zaken in de 'buitenwereld', niet in een concertzaal. Volgens mij is er in de hedendaagse muziek vaak een complexe en fundamentele tegenstrijdigheid tussen enerzijds de muziek en ideeën die vertolkt worden en anderzijds de afgesloten zaal en de daaraan verbonden sociale functies (tussen publiek en uitvoerders, tussen componist en publiek) waarin ze gevangen zit. Ik hoop alvast dat het verplaatsen van muziekuitvoeringen naar andere locaties, in dialoog met de omgeving, een frisse wind doet waaien in de klassiek-hedendaagse en experimentele muziek...